De eerste nacht alleen met je baby

Het is half vijf als de kraamhulp de deur achter zich dichttrekt. We kijken elkaar aan met een gelukzalige glimlach. Na twaalf lange dagen in het ziekenhuis, met sondevoeding, piepjes, slangetjes en controles zijn we ein-de-lijk thuis.

Niet veel later koppel ik mezelf aan het kolfapparaat en geeft mijn vriend een fles, 50 cc. Ze doet er ruim 45 min over. We zijn alle drie kapot van een lange dag.  Tijd om naar bed te gaan. Voor het eerst leggen we haar voorzichtig in het witte wiegje dat klaar staat in onze slaapkamer. Na de tijd in het ziekenhuis en met heel veel goede raad van alle verpleging op zak gaan we vol goede moed ons bed in.

Lees ook

Alleen het eerste half uur ga ik al vijf keer kijken, gewoon om te zien of ze nog wel ademt. Van elk minigeluidje dat ze maakt word ik wakker, alsof mijn gehoor ineens een supersonische upgrade gehad heeft. Al gauw zijn de minigeluidjes niet zo mini meer.

Het is huilen. Flink huilen. Om de beurt gaan we er uit om haar een aai over haar bolletje te geven of even te laten sabbelen op een pink. Dit werkt allemaal, eventjes. Een minuut of twee. Langzaam raken we een beetje in paniek. Waar is de veiligheid van de ‘rode knop’ in het ziekenhuis waar we eerder op konden drukken? Dat er dan iemand komt, een babyexpert, die zegt dat het allemaal normaal is en we ons geen zorgen hoeven te maken over onze mini? Hebben we overdag iets niet goed gedaan? Zijn we iets vergeten? In gedachten strepen we het lijstje af, nee niks vergeten. In mijn gedachten borrelt een angstige gedachte op: als het niet goed gaat het maar, moet ze dan terug naar het ziekenhuis??

Soms valt ze even in slaap, een minuut of 20. Onze trukendoos is leeg, het kleine meisje is totaal van slag. We hebben de opdracht gekregen om op de klok te voeden omdat ze nog zo klein is. Na de fles van drie uur gaat het ‘niet-slapen’ vrolijk verder. Mijn lijf doet pijn, ik kan niet meer en het loopt inmiddels tegen vieren. Uiteindelijk besluiten we haar met matras en al tussen ons in te leggen (kunnen we niet al slapend bovenop haar rollen). Daar, in de veiligheid tussen ons in, al sabbelend op de pink van mijn vriend vallen we dan ten slotte in slaap.

Een voedingssessie en nog wat hazenslaapjes verder gaat iets voor acht uur de bel. De kraamhulp. Dankzij onze verloskundige krijgen we nog een paar uur kraamzorg, verdeeld over drie dagen. Mijn vriend doet open en ze komt aan mijn bed zitten. “Hoe was het vannacht?” vraagt ze.

Ik barst in huilen uit, ze aait over mijn haar en zegt “Jullie hebben uiteindelijk het goede gedaan. Blijf maar lekker liggen. Wil je een kopje thee?” Ik zak terug in de kussens. “Ja, graag. Heel erg graag.”

Lees ook: ‘Wat als je baby zou kunnen praten’

Barbara de Vries

Barbara (31) kreeg samen met Olivier in zomer van 2016 een dochter. Ze werkt als docent aardrijkskunde op een middelbare school. Ze is dol op stedentrips, vulkanen en stenen. Hier blogt ze over haar leven als mama, gevuld met uitstapjes, (voor)lezen, koken en lekker eten, huishouden en heel veel was.

Reageer op dit bericht