De kracht die moederliefde heet

Moederliefde een gevoel dat je niet kan beschrijven, maar moet voelen. Maar wat als je eigen moeder een zwaar ongeluk krijgt? Ik maakte het helaas mee. Ik was 30 weken zwanger. Ik merkte toen zelf pas echt goed hoe krachtig de band is tussen moeder en kind. 

Ik ben onderweg naar huis na het uitlaten van mijn uitlaathond. Na een lange wandeling kan ik me nu gaan verheugen op een bezoekje aan de tandarts. Als ik langs de busbaan rijd, zie ik dat er weer een fietser is aangereden. Er ligt een flinke plas bloed. Ik denk nog: als dat maar goed is gegaan. Eenmaal thuis staat mijn moeders auto er nog niet. Vreemd, maar misschien is ze wat laat.

Lees ook

Als ik de deur van de hal wil openen komt er een politiebusje de parkeerplaats oprijden. Twee agenten stappen uit en ik vraag of ze in mijn blok moeten zijn. “Ja bij nummer 115”, zeggen ze. *Slik*. “Daar woon ik, is er ingebroken of zoiets?”, vraag ik rustig en ik leg mijn hand op mijn 30 weken zwangere buik. Ze vertellen dat er niet is ingebroken, maar ze vragen wel naar mij. “U moet zo snel mogelijk mee komen naar het ziekenhuis, uw moeder is aangereden”, zegt de agent die bezorgd naar mijn buik kijkt.

Ik schakel meteen door naar mijn regel-stand, want dat is de enige manier waarop ik deze schok rustig kan verwerken. “Toch niet daar bij de busbaan?”, vraag ik de agenten. Ik weet dat ze daar langs fietst als ze van haar werk komt. Was dat haar fiets die verfomfaaid aan de kant geslingerd lag? Haar papieren op de weg? Haar bloed op de straat? Ik schud het beeld van me af.

“Ik vrees van wel, ze wist ons haar naam te vertellen, maar is verder niet aanspreekbaar. Ze heeft een flinke hoofdwond, meer weten wij ook niet.”, wordt mij verteld. Ik breng snel wat spullen naar boven en stap achterin het politiebusje. Ik acht mezelf niet in staat om veilig in het ziekenhuis aan te komen. Hebben de buren ook nog wat te roddelen, denk ik bij mezelf als we richting het ziekenhuis rijden.

“Kunnen we iemand voor je bellen?“, vraagt de agent voorin. “Nee, dank u. Ik bel zelf wel als ik meer weet”. Ik moet nu eerst de tandarts te pakken zien te krijgen, daar hadden we al moeten zijn. Als ik eindelijk iemand te pakken krijg en het verhaal uitleg begint het pas tot me door te dringen. MIJN moeder, mijn rots in de branding. De sterke alleenstaande moeder tegen wie ik altijd op heb gekeken.

Eenmaal op de eerste hulp duurt het een eeuwigheid totdat ik naar haar toe mag. Als ik haar zie kan ik niets anders doen dan huilen. Daar ligt ze, vast ingesnoerd op de brancard, overal is bloed. Ze huilt als ze me ziet. Gelukkig, ze is bij kennis en ze weet wie ik ben. Ze heeft veel pijn, dat zie ik aan alles. Overal doktoren, zusters en broeders. Iemand komt naar me toe om de situatie uit te leggen, maar eigenlijk weten ze nog weinig. Ze is net in de scan geweest en er zijn foto’s gemaakt.

Ze spuugt steeds bloed. Ze wordt weer meegenomen voor nog meer foto’s en ze sturen mij de kamer uit. Ik neem de tijd om mijn familie op de hoogte te brengen. Als mijn nicht vraagt of ze moet komen zeg ik nee, ze kan toch niks doen. Eigenwijs als ze is staat ze een half uur later naast me en geeft me een dikke knuffel. “Ik wilde niet dat je hier alleen was.”, zegt ze. “Ik ben ook niet alleen”, zeg ik een beetje flauw, zachtjes over mijn buik aaiend. “Ja mannetje, je oma heeft een flinke klapper gemaakt.” En ik kan alleen maar hopen dat alles weer goed komt.

Deze blog is geschreven door een anonieme mama.

Schrijf mee!
Wil jij ook een verhaal of hersenspinsel met ons en andere moeders (to be) delen? Stuur je gastblog (ongeveer 500 woorden) naar redactie@wij.nl o.v.v. Gastblog en wie weet staat jouw verhaal binnenkort op WIJ à la Mama.

Meer gastblogs lezen?

Wil jij ook een bijzonder verhaal of hersenspinsel met ons en andere moeders (to be) delen? Stuur je gastblog (ongeveer 500-800 woorden) naar redactie@wij.nl o.v.v. Gastblog en wie weet staat jouw verhaal binnenkort op onze site!

Reageer op dit bericht