Jongen, meisje: als het maar gezond is … Toch?

‘En dan gaan we nu eens kijken wat er tussen de beentjes zit.’ Hèhè, ik dacht dat de echoscopist het nooit zou zeggen. De afgelopen tien minuten hebben we gezien hoe goed onze baby zijn of haar ledematen kan bewegen,  kan draaien, dat het ruggetje waarschijnlijk dicht is en dat hij/zij al echt een mensje is. Heel bijzonder allemaal natuurlijk, maar wat ons op deze woensdagavond naar het echobureau dreef is natuurlijk de hamvraag: krijgen we een jongen of een meisje?

De afgelopen weken werd er regelmatig aan me gevraagd of ik een idee had wat ik zou krijgen. Als moeder schijn je dat aan te kunnen/moeten voelen. Bij mij was echter geen sprankje moederlijke intuïtie te bekennen, want ik had geen idee. Gelukkig had de rest van de wereld dat wel. Vriendin J. drukte mij op het hart: ‘Je krijgt een meisje. O nee, wacht! Je krijgt een jongen. Ja, ik weet het heel zeker. Het wordt een jongen.’ En vriendin S. verkondigde stellig dat ik een meisje ter wereld zou brengen.

Lees ook

Mij maakte het eigenlijk niet zoveel uit, als het maar gezond was. Heus! Dit had ik nooit van mezelf verwacht, maar zo voelde dat dus wel. Ondertussen werd ik wel steeds nieuwsgieriger. En nu lig ik met een verse klodder gel op mijn buik en wil ik het weten ook! Mijn hartslag versnelt als de echoscopist het apparaat nogmaals op mijn buik zet en inzoomt. Mijn vlam en ik knijpen in elkaars hand. Zien we daar een piemeltje?

‘Een jongen?!’ roep ik om bevestiging vragend naar de echoscopist.
‘Ja, het is een jongetje,’ beaamt ze. Eén nanoseconde stopt de wereld met draaien. Alles om me heen vervaagt en ik hoor een hoge piep in mijn hoofd. Dan is alles weer normaal.
‘Wat leuk!’ gil ik.

Ik hoop dat ze de schrille ondertoon in mijn stem niet hoort. Een jongen? Ik? Hoe kan dat? Ongeloof, teleurstelling en schuldgevoel wisselen elkaar af. Ik had dus toch een meisje verwacht of gehoopt. Mijn vlam kijkt gelukzalig. Ik wil hier weg, maar doe zo normaal mogelijk om niet  ondankbaar over te komen op de echoscopist. Na tien huichelachtige minuten waarin alles wat verder nog verteld wordt totaal langs me heen gaat mogen we gaan.  Mijn vlam moet om me lachen als ik buiten verkondig dat we nu zeker voor een tweede kind gaan. Voor een derde, als het moet.

De volgende dag ben ik nog steeds niet gewend aan het idee, en de dag erna ook niet. Ik kan me gewoonweg geen voorstelling maken van mezelf met een jongen op mijn arm/aan de borst/in de kinderwagen.  Die dag erop valt er een kwartje. Wacht eens even, ik kan me eigenlijk sowieso geen voorstelling maken van mezelf als moeder. Nu we weten wat het wordt is het hele babygebeuren ineens een stuk concreter. Weten dat we een kindje krijgen is één, maar weten dat er een jongetje op komst is iets heel anders. Het komt dichtbij nu.

Met hernieuwde belangstelling kijk ik naar alle kleine jongetjes die ik tegenkom. Er zitten een heleboel geinige exemplaren bij en ik betrap mezelf op vertederde blikken en zijige glimlachjes. Een halve week later is het gebeurd. Ik  zit ik in de tram als ik overvallen wordt door een gelukzalig gevoel. Het is een jongetje!

Deze blog is eerder verschenen op WIJ à la Mama.

Anne Olimulder

In de zomer van 2016 is Anne moeder geworden van baby Olle. Na vier maanden thuis te zijn geweest heeft zij haar werk als stewardess weer opgepakt. Dat betekent dat ze gemiddeld twee keer per maand een paar dagen van huis is en Olle en vader Jens met zijn tweeën achterblijven.

Leave a comment (22)