Overspel deel 10: dat luchtte op, maar niet heus

Mijn naam is Elize (30). In het dagelijks leven ben ik communicatieadviseur van de directie in het bedrijf waar ik werk. Ik ben al bijna zes jaar getrouwd met mijn jeugdliefde Mark, een geweldige man. Samen hebben we dochter Liv van anderhalf. We hebben een ruim koophuis in een leuke stad en houden hier regelmatig etentjes met onze families en vrienden. Je zou kunnen stellen dat ik het helemaal voor elkaar heb. Sterker nog; dat vond ik ook. Vond, inderdaad. Want ik werd verliefd op mijn baas. 

Het gebeurt me niet zo vaak, maar vandaag heb ik moeite met mijn bed uit komen. Mark kleedde Liv alleen aan, smeerde haar boterham, hielp haar eten en bracht haar naar het kinderdagverblijf en al die tijd lig ik in bed, naar het plafond te staren. Hij dacht dat ik ziek was, omdat ik normaal gesproken op een werkdag vroeg opsta om vijf kilometer hard te lopen. Hij bracht me thee, kuste me op mijn voorhoofd en zei dat hij aan het einde van de middag wel zou koken voor ons. Ik keek hem aan en zag niets dan liefde. Ik vraag me af of dat ook is wat hij in mijn ogen ziet, maar ik betwijfel het.

Lees ook

Om 9 uur meld ik me op mijn werk. Bij ons begint iedereen tussen 8 en 9 maar toch kijkt een aantal mensen vreemd op dat ik er nu pas ben. Ik voel me niet geroepen een verklaring te geven en trek de deur van mijn kantoor demonstratief achter me dicht. Voor zover het demonstratief kan zijn, als je in je eentje op kantoor zit. Na ongeveer een halfuur wordt er op de deur geklopt en voor ik iets kan zeggen zwaait de deur al open. Joas. Natuurlijk.

“Wat dacht je ervan om je deur in het vervolg open te laten? Ik vind het bijzonder asociaal dat je hier in je eentje zit te werken en je deur gesloten houdt. Dat betekent in feite dat je niet openstaat voor een gesprek”, zegt hij. “Dat mijn deur dicht is betekent dat ik aan het werk ben en niet gestoord wil worden”, zeg ik. “En dat is voor de andere mensen in dit bedrijf ook zo. Dus tenzij je nu iets gaat zeggen waar ik wél wat mee kan, heb ik liever dat je weer vertrekt”. Ik voel tranen prikken. Van boosheid, van schaamte, van verdriet. Ik wil hem het liefst door elkaar schudden en op zijn gezicht slaan. Of zoenen. Of de kleren van zijn lijf scheuren.

“Ik begin te denken dat ik een communicatieadviseur nodig heb die fatsoenlijk kan communiceren, want dit is volstrekt onacceptabel”.
“Weet je wát onacceptabel is? Wat wij hebben gedaan. En wat we onze families hebben aangedaan. Wat we elkaar hebben aangedaan, hoe ontzettend gekwetst de mensen in onze levens zouden zijn. Het is onacceptabel dat jij ook maar denkt dat we terug kunnen naar hoe het tot nu toe is geweest en dat jij hier binnen kunt lopen en commentaar kunt leveren op hoe ik aan het werk ben, terwijl je überhaupt niets te zoeken hebt op deze afdeling!”, roep ik.
Joas sluit de deur en loopt naar me toe. “Waag het niet,” sis ik. “Blijf daar staan.”
“Wat wil je nou eigenlijk?”, vraagt hij.

“Geloof je in echte liefde?”
Hij kijkt me ongelovig aan. “Vindt je dat nou echt relevant? Wat een belachelijk domme vraag. Of denk je nu ineens dat dat is wat er tussen ons is? Was. Liefde?”
Holy shit. Die moet ik even incasseren. Liefde. Weet ik eigenlijk zelf nog wel wat liefde is? Ik voel een traan over mijn wang glijden en veeg hem driftig weg. Joas zet een stap in mijn richting. “Raak me niet aan!”, roep ik naar hem.
“Ik wil je geen pijn doen”, zegt Joas zacht. Maar hij begrijpt niet hoe vreselijk te laat hij daar al mee is. En het maakt ook niet uit, want al zou ik hem vanaf vandaag nooit meer zien, ik heb geen spijt. Ik schaam me, maar ik heb geen spijt. Ik wist dit toch? Vanaf het moment dat ik met hem meeging in plaats van met Lauren, vanaf dat moment wist ik dat dit pijn ging doen. En dat heb ik tegen mezelf gezegd, om de gevolgen voor lief te nemen. En dit is het. Dit zijn de gevolgen.

“Elize”, zegt hij. Hij klinkt kalmer en zijn ogen staan zachter. “Ik weet het niet meer. Dus ik vraag het je nog één keer: wat wil je?”.  Nu kan ik mijn ontslag indienen. Nu kan ik zeggen dat ik hem niet meer wil zien en nu kan ik hem beloven dat zoiets nooit meer voor zal vallen tussen ons. Dat kan ik allemaal doen. Maar ik heb mijn beslissing al genomen, misschien al wel voor dit moment, nog voor ik met hem mee ging. Ik haal diep adem.

“Ik wil jou”.

Lees elke week het vervolgverhaal van Elize. Hier vind je alle delen

Mijn naam is Elize (30). In het dagelijks leven ben ik communicatieadviseur van de directie in het bedrijf waar ik werk. Ik ben al bijna zes jaar getrouwd met mijn jeugdliefde Mark, een geweldige man. Samen hebben we dochter Liv van anderhalf. Je zou kunnen stellen dat ik het helemaal voor elkaar heb. Sterker nog; dat vond ik ook. Vond, inderdaad. Want ik werd verliefd op mijn baas. Lees hier elke week mijn verhaal.

Reageer op dit bericht