Overspel deel 28: één jaar later – het slotstuk

Het is een prachtige dag. Al een aantal dagen op rij is het warm doch bewolkt, maar vandaag heeft de zon ook besloten mee te doen. Alles is groen en bloemen staan in bloei. Er staat nauwelijks wind en het is niet te warm. Zei ik prachtige dag? Ik bedoel perfect. Maar misschien was het dat ook wel geweest als de regen met bakken uit de hemel was gekomen. Ik haal diep adem en snuif de lentegeur op, mijn favoriete geur. Het is hier zo stil, dat went misschien wel nooit, realiseer ik me. Shit. Het is stil. “LIV!” roep ik.

Ik draai me om en loop het huis in, op zoek naar mijn dochter. In een hoekje van de woonkamer, háár hoekje, tref ik haar aan. Achter een tafeltje zit ze op een stoel. Ze is druk aan het tekenen en haar tong steekt een klein beetje uit haar mond. “Liv,” zeg ik opgelucht. “Hoorde je mama niet roepen?” Ze kijkt op. “Mama, baby slaapt” zegt ze. Ze kijkt me ernstig aan. “Mama niet schreeuwen, Liv niet schreeuwen.” Voordat ik iets kan zeggen buigt ze zich weer over haar tekening en ik moet mijn best doen niet in lachen uit te barsten. Mijn wijsneus. Nog twee weken en dan is ze alweer drie. We hebben een groot feest gepland voor haar, vooral omdat ik vorig jaar nog in het ziekenhuis lag en het er daardoor niet echt van kwam. Vorig jaar…

Lees ook

Ik kan me niet meer goed herinneren hoe ik reageerde op het nieuws over Mark. Volgens de artsen raakte ik in een soort shock en ging mijn bloeddruk omhoog, waardoor ik aan allerlei apparaten werd gekoppeld om de baby in de gaten te houden. Ik heb veel gesprekken gevoerd met psychologen, ook nadat ik uit het ziekenhuis ontslagen werd.  Ik heb Joas regelmatig weggestuurd en vervolgens huilend opgebeld om hem te vragen waar hij was. Om hem dan weer weg te sturen. Uit zijn eigen huis, welteverstaan.

Ergens in mijn achterhoofd was er een stemmetje dat me zei niemand te vertrouwen. Ook Joas niet. Hij was dan wel degene die me redde met zijn snelle actie, maar ik had toch ook echt van Mark gehouden en die bleek op het eind ook niet de persoon die ik dacht dat hij was. Begin augustus was Joas het zat, pakte een paar koffers in en nam mij en Liv mee op vakantie. Met de boot naar Terschelling, want vliegen óf lang rijden zag ik niet meer zitten met mijn dikke buik. Ik was sceptisch maar het werden twee heerlijke weken en op de laatste avond voelde ik me eindelijk weer helemaal mezelf.

“Waar zit je met je gedachten?” ik draai me om en kijk in het gezicht van mijn zusje. “Bij Terschelling” antwoord ik. “Gelukkig. Terschelling is de reden dat we hier nu zijn vandaag” zegt ze. Ze bekijkt me even van top tot teen. “Ben je er klaar voor?” Ik schud mijn hoofd. “Ik denk het niet Roos. Al die mensen. Wat nou als er iemand boos is? Wat moet ik dan doen?” Roos geeft me een por. “Boze mensen komen niet en als ze wel komen gooi ik ze eruit. Het is feest, geniet! Je moet je nog omkleden. Of wilde je in deze outfit?” Ik werp een blik in de spiegel en moet lachen. “Nee, je hebt gelijk. Willeke zal zo ook wel komen voor mijn make-up. Let jij op Liv? Dan kleed ik me even om”.

Ik loop zo zacht als ik kan de trap op. Een enkele traptrede kraakt een beetje en ik houd mijn adem in. Als ik de deur van de slaapkamer open zie ik dat Joas zich al heeft omgekleed. “Wat was je aan het doen?” vraagt hij nieuwsgierig. Hij knoopt zijn blouse dicht. “Ik was even naar de tuin aan het kijken. En ik dacht aan Terschelling.” Joas loopt naar me toe en zoent me. “Zullen we deze zomer weer gaan?” vraagt hij. Ik knik. Ik wil iets zeggen als ik een geluid hoor. “Charlie is wakker. Ik ga wel” zegt Joas blij. En hij terwijl hij zijn stropdas om doet loopt hij naar de kamer van onze dochter.

De zwangerschap van Liv duurde 42 weken en die bevalling leek eindeloos te duren. Ik had me daar ook voor de tweede zwangerschap op ingesteld maar met 37 weken en 3 dagen werd Charlotte geboren, na een bevalling van net geen vier uur. Charlotte en Liv zijn tegenpolen. Liv is relaxed en heel gemakkelijk, de peuterpuberteit doet daar nauwelijks iets aan af. Zo af en toe gedraagt ze zich vervelend maar meestal is het een schat en hebben we er niks mee te stellen. Charlotte is nu acht maanden en ontzettend eigenwijs. Nu al. Ze is precies haar vader met haar donkere haar en bruine ogen. Ze kan al goed kruipen en zitten en ze wil werkelijk alles aanraken. Joas kon niet trotser zijn dan dat hij op haar is, ze zijn twee handen op één buik. Zo gauw Joas thuis komt wil Charlotte helemaal niets meer van me weten. Ook Liv trekt enorm naar Joas toe. Ze is te jong om zich haar vader goed te kunnen herinneren en ik vind dat voor nu prima. Op een dag heeft ze vragen en zal ik haar iets moeten vertellen, maar op dit moment zou ik niet weten wat. Haar vader was haar held. Haar vader was een monster. Hij was haar vader.

Ik kijk op als Joas met Charlotte de slaapkamer in komt lopen. Ze ziet er engelachtig uit in haar jurkje. “Ga je het straks net zo goed doen als vanochtend?” vraag ik haar. Ze lacht en sabbelt op haar vingertje. “Dat kan je beter aan jezelf vragen volgens mij” zegt Joas. Hij kijkt me onderzoekend aan. “Ik ben gewoon nerveus. Ik loop echt niet weg” zeg ik lachend. “Daar zou je ook wel wat te laat mee zijn” hij knipoogt naar me. “Ik ga deze dame naar beneden brengen. De visite zal wel binnen komen zo. Kom je er zo aan?” Ik knik. Ik ben net omgekleed als de visagiste binnenkomt. “Ben je klaar voor ronde 2?” zegt ze blij. Ik maak een instemmend geluid en even later ben ik helemaal klaar voor een feest.

“En nu niet gaan huilen” spreek ik mezelf toe. Als ik beneden in de woonkamer kom, is die helemaal leeg. Iedereen is in de tuin. De witte partytent staat er een beetje verloren bij, die is met dit weer overbodig. Joas staat te praten met zijn zoons en op zijn gezicht verschijnt een glimlach van oor tot oor als hij me ziet. “Gaat het?” vraagt hij. “Ik ben bang” zeg ik. “Waarvoor?” Ik haal mijn schouders op. “Om gelukkig te zijn. Misschien heb ik dit helemaal niet verdiend. Dit, alles” ik maak een wijds gebaar. “Ik heb alles wat ik wil. En toch knaagt het.” Joas omhelst me. “Vandaag is de eerste dag van de rest van ons leven” zegt hij. “Het is onze beurt. We hebben er verdorie hard genoeg voor moeten vechten. En we hebben niet voor niets ‘ja’ gezegd, vanochtend.” Daar heeft hij een punt. Shit, nou moet ik toch huilen. Ik veeg lachend een traan weg. Joas pakt zijn hand en kijkt me aan. “Geen smoesjes meer, we gaan dansen. Kom, mevrouw van Schaik.”

Mijn naam is Elize (30). In het dagelijks leven ben ik communicatieadviseur van de directie in het bedrijf waar ik werk. Ik ben al bijna zes jaar getrouwd met mijn jeugdliefde Mark, een geweldige man. Samen hebben we dochter Liv van anderhalf. Je zou kunnen stellen dat ik het helemaal voor elkaar heb. Sterker nog; dat vond ik ook. Vond, inderdaad. Want ik werd verliefd op mijn baas. Lees hier elke week mijn verhaal.

Reageer op dit bericht