Thriller: waar is mama? (deel 3)

Er komt deze week elke dag een spannend nieuw deel online van deze speciaal voor WIJ à la Mama geschreven thriller. Het lichaam van Karin Brandsma, de moeder van Puck (6), is gevonden. Elke dag lees je over haar verdwijning vanuit het perspectief van iemand uit haar omgeving. In zeven delen tellen we terug naar de dag van het noodlot. Wat is er met Karin gebeurd? ​

Dag 7, middag
Remco

Lees ook

‘Het spijt me, meneer. We hebben nog steeds geen nieuws.’
Ik zucht. Weer die lange, magere agent met dat blonde snorretje. Hij staat me elke keer te woord als ik op het bureau kom. Ik mag hem niet, ik heb al vanaf de dag dat Karin verdween het gevoel dat hij de zaak niet serieus neemt. Niet serieus genoeg in ieder geval. Wat vroeg hij ook alweer toen ze net een nacht niet thuisgekomen was? Of het misschien mogelijk was dat Karin vrijwillig was verdwenen. Wat een vraag. Alsof ze ooit, ooit Puck zou achterlaten. Wij hebben een goed huwelijk, maar alles kan stuk. Puck is voor altijd. Karin was een topmoeder. Ze ís een topmoeder.
‘Hebben jullie niet een speciaal opsporingsteam of zo?’
‘Meneer, gelooft u mij maar, we doen wat we kunnen. Helaas zitten we op dit moment op een dood spoor.’
‘Er moet toch nog wel iets mogelijk zijn?’ roep ik wanhopig uit. ‘Iets met speurhonden, een sporenonderzoek, weet ik veel, iets!’
‘Meneer, zoals ik al zei, we kunnen niet meer dan we op dit moment doen.’
‘Heeft u kinderen?’ vraag ik, en ik kijk naar zijn gezicht. Dat vlassige snorretje, die gladde wangetjes, die kinderlijke ogen achter dat ziekenfondsbrilletje. Ik kan het antwoord zelf wel invullen. Die man is net van de politieschool af. Vierentwintig, hooguit. Natuurlijk heeft hij geen kinderen. Hij weet helemaal niet hoe het is om een dochter van zes te hebben, laat staan eentje die zichzelf iedere avond in slaap huilt en die niet meer wil eten omdat ze haar moeder mist en niet eens weet of ze haar ooit nog terugziet. Het zou me niet eens verbazen als dit jochie zelf nog bij zijn moeder woont. Zo’n type lijkt het me wel. Elke dag op de fiets naar het politiebureau, een broodtrommeltje met door mams gesmeerde boterhammen onder de snelbinders, ’s avonds om zes uur thuis om te eten en op tijd naar zijn eenpersoonsbed.
Hij snapt er niks van. Niks.
‘Mijn dochter gaat hieraan kapot,’ zeg ik nadrukkelijk. ‘Vind haar alstublieft. Hoe dan ook.’

Susan van Kruijssen

Susan is moeder van een zoon (9) en een dochter (7). Ze schrijft verhalen en is fotograaf. Binnenkort komt haar tweede boek uit.

Reageer op dit bericht