Thriller: waar is mama? (deel 4)

Er komt deze week elke dag een spannend nieuw deel online van deze speciaal voor WIJ à la Mama geschreven thriller. Het lichaam van Karin Brandsma, de moeder van Puck (6), is gevonden. Elke dag lees je over haar verdwijning vanuit het perspectief van iemand uit haar omgeving. In zeven delen tellen we terug naar de dag van het noodlot. Wat is er met Karin gebeurd? 

Dag 5, middag
Sam

Op mijn tenen sluip ik de ziekenhuiskamer binnen. Ik hou de hand van opa stevig vast. Mama ligt in een ziekenhuisbed. De knoopjes van haar nachthemd zijn open. Er ligt een heel klein baby’tje bij haar. Zo’n piepklein baby’tje heb ik nog nooit gezien. Haar hoofdje is kleiner dan een sinaasappel, haar armpjes zo dun als mijn kleurpotloden.
‘Je mag haar wel aaien,’ zegt mama. ‘Geef haar maar een kusje.’
Ik schud mijn hoofd en kijk naar opa. Hij geeft me een knipoogje.
‘Durf je niet?’ vraagt hij.
Ik schud weer mijn hoofd. Ze is zo klein. Het lijkt bijna wel of je door haar heen kunt kijken. Straks maak ik haar nog stuk.
‘Het geeft niet,’ zegt mama. ‘Als ze groter is kun je haar nog genoeg knuffelen. Dan mag je haar ook zelf op schoot.’
‘Waar is papa?’ vraag ik.
‘Papa is even naar huis. Even rusten, douchen en wat spullen halen. Hij zal zo wel weer komen. Hoe is het bij opa en oma?’
‘Goed.’
‘Ben je naar school geweest vandaag?’
Ik knik.
‘Hoe was het?’
Ik haal mijn schouders op. ‘Puck was er niet.’
‘Was ze ziek?’
‘Ik weet niet.’
‘Fijn dat jullie haar hebben opgevangen,’ zegt mama tegen opa. ‘Bedankt daarvoor.’
‘Dat spreekt toch vanzelf, kind? Het is ook allemaal zo halsoverkop gegaan.’
‘Dat kun je wel zeggen.’
De deur van de kamer gaat open.
‘Dag Matthijs,’ zegt opa.
‘Papa!’ roep ik blij. Ik ren naar hem toe in de hoop dat hij me oppakt en ronddraait zoals altijd, maar hij legt alleen zijn hand op mijn hoofd. ‘Dag Sam,’ zegt hij zacht. Hij ziet er vreemd uit, bleek met schrikogen.
‘Heb je soms een spook gezien?’ vraag ik voor de grap, want dat zegt opa altijd tegen mij.
‘Papa is moe,’ zegt mama. ‘De afgelopen dagen waren heel zwaar.’
Papa knikt. ‘Dat klopt.’
De verpleegster komt. Mijn zusje moet weer rusten en mama ook. Papa zegt dat ik zo maar weer met opa mee moet gaan.
‘Ik dacht dat ze vannacht thuis zou slapen,’ zegt mama. ‘Ze moet gewoon naar school, weet je.’
Papa draait zich om en kijkt uit het raam. ‘Ik moet vanavond even naar kantoor.’
Huh, dat is gek. Net zeiden ze nog dat hij moe was, nu gaat hij weer werken. Grote mensen doen soms zo raar.
Mama vindt het blijkbaar ook gek, want ze zegt: ‘Naar kantoor? Nu? Wat een rare timing.’
‘Ja, Ellen, ik moet nou eenmaal wat dingen overdragen,’ zegt hij een beetje kattig. ‘Ik kan toch niet zomaar weken wegblijven, dat snap je toch wel?’
‘Ik wil wel naar opa en oma.’ Snel klim ik op het bed om mama nog een kusje te geven. Mijn zusje aai ik heel voorzichtig over haar gestreepte mutsje. Dan laat ik me weer op de grond zakken, ren naar opa en pak zijn hand.

Susan van Kruijssen

Susan is moeder van een zoon (9) en een dochter (7). Ze schrijft verhalen en is fotograaf. Binnenkort komt haar tweede boek uit.

Reageer op dit bericht