Thriller: waar is mama? (deel 5)

Er komt deze week elke dag een spannend nieuw deel online van deze speciaal voor WIJ à la Mama geschreven thriller. Het lichaam van Karin Brandsma, de moeder van Puck (6), is gevonden. Elke dag lees je over haar verdwijning vanuit het perspectief van iemand uit haar omgeving. In zeven delen tellen we terug naar de dag van het noodlot. Wat is er met Karin gebeurd? ​

Dag 5, ochtend
Matthijs

Lees ook

God, wat ben ik moe. Ik wist niet dat een mens zo moe kon zijn. Ik heb vijf dagen amper geslapen. Vijf dagen lang heb ik de hand van mijn vrouw vastgehouden, vijf dagen heb ik gebeden voor onze baby. Vijf dagen lang moest ik toekijken hoe Ellen aan het knokken was om de weeën tegen te houden, terwijl ik niet meer kon doen dan haar hand vasthouden. De natuur liet zich niet tegenhouden. Onze dochter kwam met een noodgang. Drie persweeën en ze was geboren. Onze kleinste, onze lieve Lizzie. Zo teer, zo piep- en piepklein dat het bijna pijn doet om naar haar te kijken.
Dat moment dat ik haar voor het eerst vasthield, de allesoverheersende angst om haar weer te verliezen terwijl we haar nog maar zo kort hebben mogen kennen. Ze is een sterke meid, zegt de kinderarts, ze doet het goed, de longrijpingsprikken hebben hun werk goed gedaan. We kunnen alleen maar bidden dat het goed blijft gaan.
Eerst maar even een paar uur slapen.
Duizelig van moeheid loop ik van de auto naar het huis en dan voetje voor voetje de trap op. Ik open de deur van de slaapkamer en staar naar het bed. Een van de kussens is op de grond gevallen, het dekbed ligt schots en scheef op het matras.
Dan komt het allemaal weer naar boven. De kast.
O, mijn god.
O, mijn god, nee.
De sleutel.
Hij zit op slot.
Heb ik dat gedaan?
Heel langzaam sta ik op en met trillende vingers draai ik de sleutel om. Heel even hoop ik nog dat ik me vergis, of dat ik tenminste nog op tijd ben, maar zodra ik de deur opendoe, valt haar lichaam meteen loodzwaar tegen me aan. Ik hoef niet eens haar pols te voelen om te weten hoe het zit. Ik hoef alleen te kijken.
O, god, die ogen. Die paniek, die uitputting. De kleur in haar gezicht. Krijg ik dat ooit nog van mijn netvlies af?
Oké. Focussen. Ik moet iets doen. Nu. Ik moet terug, en zij kan hier onmogelijk blijven. Over een paar dagen zijn Sam en Ellen weer thuis en dan moet ik dit, in zekere zin, opgelost hebben.
Hoe doe ik dit? Kom op, denk na. Ik heb toch genoeg films gezien waar dit in voorkwam? Hoe doen ze dat daar? Ik heb iets nodig om haar in te rollen. Een kleed. Of plastic. Bouwzeil. In de schuur ligt nog wel een stuk bouwzeil, en vast ook nog wel een rol tape. Het moet genoeg zijn om alles ruimschoots te bedekken, maar dat gaat wel lukken. Ze is niet bepaald groot.
O, mijn god, waar? En wanneer? Ik kan haar toch niet zomaar ergens dumpen? En al helemaal niet op klaarlichte dag? Maar ik kan haar ook niet hier laten liggen.
Vanavond. Het moet vanavond gebeuren.
Ik leg haar straks in de auto en vanavond laat breng ik haar weg. Zo ver weg als ik kan. Naar een plek waar bijna niemand komt.

Susan van Kruijssen

Susan is moeder van een zoon (9) en een dochter (7). Ze schrijft verhalen en is fotograaf. Binnenkort komt haar tweede boek uit.

Reageer op dit bericht