Thriller: waar is mama? (deel 7)

Er komt deze week elke dag een spannend nieuw deel online van deze speciaal voor WIJ à la Mama geschreven thriller. Het lichaam van Karin Brandsma, de moeder van Puck (6), is gevonden. Elke dag lees je over haar verdwijning vanuit het perspectief van iemand uit haar omgeving. In zeven delen tellen we terug naar de dag van het noodlot. Wat is er met Karin gebeurd? 

Dag 1
Karin

Lees ook

Gelukkig is er altijd wel een excuus om onverwacht langs te komen als hij thuis werkt. Ik bedoel, het is niet dat ik gisteren niet merkte dat Sammie haar vestje vergat. En het is ook niet zo dat ik het vanmorgen niet in Puck’s schooltas had kunnen doen. Het was min of meer per ongeluk onder een stapel handdoeken terecht gekomen. Toen ik haar naar school had gebracht, kwam het heel toevallig weer tevoorschijn. Een duur vest, volgens mij. Vingino, geloof ik, of Vinrose, zoiets. Zo’n merk dat ze in boetiekjes hebben. Het zou zonde zijn als dat kwijtraakt.
‘Karin?’ Hij klinkt verrast.
‘Hoi.’ Ik hou het vest omhoog. ‘Van Sam.’
‘Aha. Thanks.’
‘Was je aan het werk?’ vraag ik onschuldig.
‘Wat dingen in huis,’ zegt hij. ‘Je weet wel.’
‘De babykamer?’ vraag ik.
‘Daar ben ik net mee begonnen.’
‘Ach, je hebt nog een week of tien,’ zeg ik. ‘Toch?’
‘Acht,’ zegt Matthijs. ‘Nog een week of acht. Ik ben net klaar met onze slaapkamer.’
‘O, is dat af?’ vraag ik. ‘En, is het mooi geworden? Remco en ik zijn ook nog steeds op zoek naar nieuwe slaapkamermeubels. We zaten al aan jou te denken.’
Matthijs aarzelt. ‘Wil je het anders even zien?’
‘Nou, graag.’

Ik loop achter hem naar boven. De trap die ik al zo vaak beklommen heb en die ik niet meer zou beklimmen.
‘Hier komt dus de babykamer,’ zegt Matthijs. ‘Ik heb alleen nog maar behangen en een vloertje gelegd, de meubels staan nog in de werkplaats.’Hij duwt de deur naar de slaapkamer open. ‘En dit is onze kamer.’
Met grote ogen kijk ik naar het gloednieuwe bed, de prachtige vloer en de stevige, mahoniehouten meidenkast. ‘Heb je die ook zelf ontworpen?’
‘Die kast? Nee, die is echt antiek. Ellen heeft die kast van haar moeder geërfd. Hij stond al heel lang in de werkplaats, ik heb ‘m opgeschuurd en opnieuw in de lak gezet. Dat bed heb ik wel ontworpen.’
Ik laat me heel brutaal neervallen op het bed en spreid mijn armen. ‘Heerlijk.’ ‘We slapen er heerlijk in.’
‘En dat andere?’ vraag ik met een knipoog. ‘Je weet wel, waar bedden ook voor gemaakt zijn?’
Matthijs kucht. ‘Daar… eh.. hebben we het even niet over.’
‘Dat is er dus nog niet van gekomen.’ Ik krul me op en met mijn hand onder mijn hoofd kijk ik hem ondeugend aan. ‘Ben je niet nieuwsgierig?’
‘Karin…’ Matthijs zucht. ‘Doe dit nou niet.’
‘Je moet je eigen product toch testen?’ Ik ga op de rand zitten en trek hem naar me toe met mijn handen om zijn billen. Matthijs maakt zich zachtjes los.
‘Karin, stop. We zouden dit niet meer doen.’
‘Ik weet het.’ Ik laat me weer achterovervallen en kreun hard. ‘Maar ik kan je gewoon niet uit mijn kop zetten.’
‘Ik jou ook niet, maar het kan gewoon niet.’ Matthijs komt op het randje zitten. ‘Echt, Karin, je bent een heerlijke vrouw, maar het is zo, zo fout wat we doen. Als dit ooit uitkomt…’
‘Het komt niet uit,’ beloof ik. ‘Echt niet.’
Hij zwijgt. Zijn weerstand smelt. Ik voel het.

‘Dit is echt de laatste keer.’ Ik trek hem zachtjes naar me toe. ‘Ik heb zo’n zin in je, ik wil je gewoon zo graag nog een keer in me voelen.’
Grommend kruipt hij op me. We zoenen wild, hij schuift mijn rok omhoog en trekt in één beweging mijn panty en string naar beneden. Ik adem diep in als hij met zijn vingers in me komt. Zijn mooie, stevige kunstenaarsvingers.
Met trillende handen maak ik de knopen van zijn broek los.
En dan is er de voordeur. De sleutel in het slot. Voetstappen in de hal.
Matthijs vloekt. Hij vliegt haast van me af. ‘Ze is thuis,’ sist hij. ‘Weg, snel.’
Ik spring ook op, fatsoeneer mijn kleren en wil vluchten naar de deur.
‘Niet daarheen, dan ziet ze je.’ Matthijs vloekt nog eens. ‘Ze komt naar boven. Snel, verstop je.’
Ik schiet in een zenuwachtige giechellach. ‘Ja, waar?’
‘Hier.’ Matthijs grijpt mijn bovenarm en in een impuls duwt hij me in de kast en draait de deur dicht. Zo zacht mogelijk adem ik in en uit. Gesmoorde stemmen. Voetstappen die verstommen. Stilte.
Ze zijn weg. Eindelijk.
Voorzichtig probeer ik overeind te komen, maar het hanggedeelte is te laag. Ik duw tegen de deur, eerst zachtjes, dan harder en uiteindelijk ram ik er tegenaan, zo hard als ik in deze positie kan.
Er is geen beweging in te krijgen.

Susan van Kruijssen

Susan is moeder van een zoon (9) en een dochter (7). Ze schrijft verhalen en is fotograaf. Binnenkort komt haar tweede boek uit.

Leave a comment (3)