‘Wé zijn zwanger? Hou toch op!’

Je hebt van die types die ‘samen’ zwanger zijn. “We zijn nu 24 weken zwanger”, zegt de mama to be stralend terwijl ze lichtjes in zijn hand knijpt. Hij (de vader) knikt haar bemoedigend toe. Ik zal eerlijk bekennen: ik word er licht misselijk van, niet door mijn zwangerschap, maar door mijn feministische gevoel. Kom nou jongens!

Zij is drie maanden lang kotsmisselijk en doodmoe, wordt vervolgens met de dag dikker, krijgt mogelijk trombose en zwangerschapsdiabetes om maar niet te spreker over “the usuals” zoals stemmingswisselingen, bandenpijn en een voortdurende druk op de blaas waarbij je steevast drie keer per nacht naar de wc moet rennen. Het lijstje is eigenlijk veel langer en enger, maar ik zal de kandidates die nog een zwangerschap overwegen niet volledig de lust ontnemen, het eindproduct schijnt namelijk het lijden waard te zijn.

Lees ook

Maar samen zwanger? Nee, dat gaat er bij mij niet in, behalve in constructies waarbij samen “tegelijkertijd”zwanger” betekent. Zo ben ik momenteel zwanger, samen met vier vriendinnen en zes collega’s, dat is gezellig samen zwanger zijn. Daar hebben onze partners eigenlijk, maar heel weinig mee te maken. Begrijp me niet verkeerd, jullie hebben je cruciale zaadje bijgedragen en straks zijn we gezellig samen ouder en opvoeder, we gaan hopelijk drie keer per nacht samen uit bed om te voeden, om luiers te verschonen en dergelijke, maar het proces van de zwangerschap is aan de vrouw besteed. Dat is tenminste mijn schamele mening.

Nu was het vanochtend weer een feest. Ik ben kei-chagrijnig, want moet een college geven om 9 uur. Welke sadist bedenkt dat colleges die om 9.00 uur moeten starten? Maar goed, ik ren door het huis (voor zover het gaat met een dikke buik), op zoek naar een warme maillot (want het is -5 buiten). Een splinter dunne panty is het enige wat ik kan vinden. Daarbij staat mijn blaas onder spanning van een beginnende blaasontsteking en is een splinter dunne panty echt geen goed idee, maar goed, geen tijd voor een garderobe switch. Ik trek maar aan wat ik voor handen krijg.

“Schatje, zullen we samen fietsen?” zegt hij lief. “Nee schat” weet ik uit te persen, “ga jij maar vast, want ik ben ontzettend chagrijnig en ik ga echt de hele weg klagen”. Eerlijk is eerlijk, waarom zou ik mooi weer spelen als het buiten pijpenstelen regent? “Maakt niet uit, ik wacht op je” is het enige wat hij zegt.

Eenmaal op de fiets maak ik de belofte helemaal waar en klaag ik steen en been over de kou en de regen, over de pijn in mijn blaas en over het leven an sich. Daarbij fiets ik als een slak, want veel sneller kan ik niet in deze “positie” en daar klaag ik ook over.

“Kom, ik zal je duwen” zegt hij en dat doet hij de hele weg, de wilde fietsers ontwijkend. Dat is een hele verlichting, verschil tussen rugwind en harde windvlagen in je gezicht. En ik voel me er wel beter door, ook al zeg ik het natuurlijk niet meteen, want ik had beloofd om te klagen en ik houd me altijd aan mijn belofte.

Wat dit allemaal te maken heeft met het concept ‘samen zwanger zijn’ en ben ik nu van mening veranderd? – Nee. Zo gauw ben ik niet van mijn feministische standpunt te brengen. Maar een steuntje in de rug helpt, soms wel letterlijk, dus misschien neig ik nu meer naar een constructie als: ‘ik ben zwanger en word gesteund door mijn partner’.

Geschreven door Rena.

Lees ook:WE zijn bevallen?!

Volg je WIJ al op Instagram?

Wil jij ook een bijzonder verhaal of hersenspinsel met ons en andere moeders (to be) delen? Stuur je gastblog (ongeveer 500-800 woorden) naar redactie@wij.nl o.v.v. Gastblog en wie weet staat jouw verhaal binnenkort op onze site!

Leave a comment (1)